CO₂-Prestatieladder in België: wat Vlaanderen sinds 2025 verwacht

Laatst bijgewerkt: 11 augustus 2026 · Palau

Het Vlaamse beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken neemt de CO₂-Prestatieladder sinds 1 januari 2025 mee in bestekken voor infrawerken vanaf vijf miljoen euro. Wallonië volgt vanaf 1 januari 2027, vanaf 600.000 euro.

Laatst bijgewerkt: 11 augustus 2026. Auteur: Palau.

Vanaf welk bedrag neemt de Vlaamse overheid de Ladder mee in een bestek?

Vanaf vijf miljoen euro, voor infrawerken, sinds 1 januari 2025.

De formulering komt uit het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) zelf, opgetekend door SKAO op 22 april 2024: "Wij zullen vanaf 1 januari 2025 de Ladder meenemen in bestekken voor infrawerken vanaf vijf miljoen euro en gradueel doortrekken." Die drempel is een ondergrens, en "gradueel doortrekken" wil zeggen dat MOW de Ladder verder wil uitrollen dan waar hij vandaag staat.

De Vlaamse wegenbouwfederatie meldde in december 2024 dat de Ladder vanaf 2025 gefaseerd wordt ingevoerd als gunningscriterium in investerings- en onderhoudsopdrachten, en dat AWV, De Vlaamse Waterweg en De Werkvennootschap daarvoor dienstorders hadden opgesteld.

Welke Vlaamse instanties werken er al mee?

InstantieSindsWaarvoorBron
OVAM1 juni 2022, na overgangsperiode vanaf 1 december 2021Nagenoeg alle bestekken voor bodemsaneringswerkenOVAM zelf
Beleidsdomein MOW, met daarin AWV en De Vlaamse Waterweg1 januari 2025Infrawerken vanaf vijf miljoen euroMOW, opgetekend door SKAO
De WerkvennootschapAangekondigd voor 2025, gefaseerdInvesterings- en onderhoudsopdrachten, per dienstorderSectorcommunicatie, geen gepubliceerd besluit

De drempel van vijf miljoen euro is uitgesproken op het niveau van het beleidsdomein, waar AWV en De Vlaamse Waterweg onder vallen. Een aparte, per agentschap gepubliceerde drempel bestaat er niet, dus het bestek blijft het document dat telt.

OVAM is het oudste Belgische voorbeeld en het meest onderschatte. De aankondiging van 13 december 2021 beschreef het mechanisme toen al correct: "Bedrijven die een hoog niveau halen, krijgen bij aanbestedingen een fictieve korting op hun inschrijvingsprijs."

Wat heeft Wallonië beslist, en wat gebeurt er in Brussel?

RegioStatus in augustus 2026Wat er concreet ligt
VlaanderenStructureel en liveMOW sinds 1 januari 2025 vanaf vijf miljoen euro. OVAM sinds 2022 voor bodemsanering
WalloniëBeslist, invoering vanaf 1 januari 2027Regeringsbeslissing van 3 juni 2026. SPW Mobilité et Infrastructures en SOFICO, gefaseerd van 2027 tot 2029
BrusselStilEén pilotproject tijdens de pilotfase. Geen structurele beslissing gepubliceerd

Wallonië heeft de knoop doorgehakt. Volgens de berichtgeving over de regeringsbeslissing van 3 juni 2026 nemen SPW Mobilité et Infrastructures en SOFICO vanaf 1 januari 2027 CO₂-criteria op in hun bestekken, met een overgangsfase in 2026. De uitrol loopt in stappen: 2027 voor de klassen 6 tot 8, 2028 voor de klassen 4 en 5, en 2029 met échelon 2 als vereiste voor de klassen 4 tot 7. Het gaat om "environ 300 millions d'euros par an", voor "marchés de classe 4 à 8, soit à partir de 600.000 euros". De ondergrens is dus 600.000 euro, de startwaarde van klasse 4.

Hier botsen twee bronnen. SKAO's eigen Belgiëartikel, hierboven aangehaald voor de Vlaamse drempel, meldt nog dat er in Wallonië positieve signalen zijn maar niets beslist is. Dat artikel dateert van 22 april 2024, ruim voor de regeringsbeslissing. Het ministeriële persbericht van de Waalse regering is recenter.

De Franstalige berichtgeving spreekt van échelon 1 en échelon 2. Échelon is de term die SKAO in het Frans voor de treden van handboek 4.0 gebruikt, maar Belgisch-Franstalig taalgebruik houdt die lijn niet consequent aan, en het woord alleen bewijst nog niet welke handboekversie het bestek aanhaalt. Vraag bevestiging in het cahier spécial des charges. Wat treden en niveaus zijn, staat in de drie treden van handboek 4.0.

Moet u gecertificeerd zijn om in te schrijven?

Nee. U hoeft geen certificaat te hebben om mee te dingen. U verklaart bij inschrijving een ambitieniveau, en u toont dat aan binnen een jaar na gunning. De Belgische FAQ van SKAO zegt het zo: "In beide gevallen moet de organisatie binnen een jaar na gunning en vervolgens jaarlijks, gedurende de looptijd van het project, aantonen dat het voldoet aan het gunningscriterium CO₂-Prestatieladder."

Twee dingen in die zin zien inschrijvers vaak over het hoofd. De klok start bij gunning, en op een Belgisch infradossier kan er tussen gunning en aanvang van de werken maanden zitten. Daarnaast is het een jaarlijkse verplichting voor de hele looptijd van het project. Aantonen kan via een CO₂-bewust certificaat of via een projectverklaring.

Eén juridische grens is hard. Een certificaat mag geen geschiktheidseis zijn: "De CO2-Prestatieladder is niet geschikt als geschiktheidseis of selectiecriterium." De Ladder hoort thuis bij de gunningscriteria, in de beoordeling van de beste prijs-kwaliteitsverhouding.

Hoeveel gunningvoordeel levert de Ladder op in een Belgisch bestek?

Dat bepaalt de aanbesteder zelf. SKAO: "Welk percentage, bedrag of puntenaantal u als gunningsvoordeel kiest, bepaalt u zelf." Het mechanisme is een fictieve korting: uw prijs wordt alleen voor de beoordeling verlaagd, en wint u, dan wordt de volledige geoffreerde prijs betaald.

BronMechanismeGerapporteerde omvang
Waalse regeringsbeslissing van 3 juni 2026, via persberichtgevingFictieve korting op de inschrijvingsprijs6% voor échelon 1, 10% voor échelon 2
Vlaamse wegenbouwfederatie, december 2024Fictieve korting, opgebouwd per niveau in handboek 3.12% voor niveau 1, 4% voor niveau 2, 6% vanaf niveau 3, voorlopig afgetopt op 6%
SKAO, illustratief model voor versie 4.0Korting, vast bedrag of punten5% voor trede 1, 10% voor trede 2, 15% voor trede 3

Die tabel vraagt een waarschuwing. De Vlaamse percentages komen uit sectorcommunicatie, zonder gepubliceerd besluit erachter, en staan in de oude niveaustructuur van handboek 3.1. De Waalse komen uit persberichtgeving. Het bestek is in beide gevallen het enige document dat telt.

Over de sanctie circuleert een cijfer dat vaak verkeerd wordt weergegeven. SKAO adviseert aanbesteders een contractuele sanctie die groter is dan het toegekende voordeel, bijvoorbeeld het verschil vermenigvuldigd met anderhalf. Dat is een aanbeveling. De Belgische FAQ legt zelf geen boete op, en wat er werkelijk geldt staat in uw bestek. De volledige mechaniek staat in gunningvoordeel met de CO₂-Prestatieladder.

Welke Belgische instellingen certificeren de CO₂-Prestatieladder?

Drie van de vijftien geaccrediteerde certificerende instellingen op de Belgische lijst zijn Belgisch: BCCA, COPRO en Vinçotte.

BelgiëNederland
Accreditatie-instantieBELACRaad voor Accreditatie (RvA)
Coördinatie in het landBENOR, sinds april 2024, samen met SKAOSKAO
Belgische certificerende instellingenBCCA, COPRO, VinçotteNiet van toepassing
Overige instellingen op dezelfde lijstAboma, Bureau Veritas Certification, Control Union, DEKRA, DNV, EBN, Kiwa, NCI, Normec NCK, Normec Certification, SGS, TÜV NORDIdem, het is één gedeelde lijst
Norm waaronder geaccrediteerdNEN-EN-ISO/IEC 17021-1NEN-EN-ISO/IEC 17021-1

co2-prestatieladder.be publiceert die vijftien instellingen als één gedeelde lijst, zonder ze per land te splitsen, en stelt: "In Nederland is de Raad voor Accreditatie hier verantwoordelijk voor en in België Belac."

Sinds april 2024 is BENOR coördinerend partner in België. SKAO omschrijft die rol zo: BENOR "zal ondernemingen en overheden begeleiden bij het certificeringsproces en het implementeren van de Ladder in bestekken". De handboeken en het certificatieschema blijven van SKAO. De pilotfase werd daarvoor begeleid door CO₂logic.

Het CO₂-bewust certificaat is identiek aan het Nederlandse en drie jaar geldig, met jaarlijkse opvolgingsaudits. COPRO: "Het certificatietraject verloopt zoals alle andere managementsysteemnormen en bestaat uit een vaste cyclus van 3 jaar." De contributie aan SKAO en de tarieven van de certificerende instelling zijn dezelfde als in Nederland, uitgesplitst in wat kost de CO₂-Prestatieladder in 2026.

Geldt handboek 4.0 ook in België?

Ja, en het Belgische SKAO-platform beschrijft het correct: "De vijf niveaus worden vervangen door drie treden, die meer ambitie vragen van organisaties."

Er bestaat geen aparte Belgische versie van het handboek en geen aparte overgangsregeling. Dezelfde data gelden:

DatumWat er gebeurt
14 januari 2025Handboek 4.0 gepubliceerd
14 januari tot 14 juli 2025Certificerende instellingen halen hun accreditatie, in België via BELAC en in Nederland via de RvA. In dat venster zijn geen 4.0-audits toegelaten
14 juli 2025Eerste datum waarop u zich tegen 4.0 kunt laten certificeren
14 januari 2027Laatste mogelijke 3.1-audit
Eerste audit na 14 januari 2027Harde deadline om over te stappen

Dat accreditatievenster is de reden om uw certificerende instelling één vraag te stellen voor u een audit inplant: heeft zij haar 4.0-accreditatie rond. De Belgische lijst publiceert die versie-informatie niet per instelling. Dat er in België onder 4.0 gecertificeerd wordt, is wel zichtbaar op het Belgische nieuwsoverzicht van SKAO, met in 2025 en 2026 Belgische organisaties op trede 1 en trede 2.

Onthoud verder de asymmetrie. Een 4.0-certificaat is geldig in een aanbesteding die om 3.1 vraagt. Omgekeerd geldt dat niet, "omdat versie 4.0 veel verder gaat" (SKAO FAQ). Voor die overstap, zie van 3.1 naar 4.0: wat u kunt hergebruiken en wat u opnieuw moet schrijven.

Welke emissiefactoren gelden in België?

De Ladder schrijft landspecifieke emissiefactorlijsten voor, wat het GHG Protocol niet doet. Voor België is dat co2emissiefactoren.be, "een initiatief van CO2logic en EnergieID" met BENOR als partner, laatst herzien in februari 2025. Voor Nederland geldt co2emissiefactoren.nl.

Dat is een struikelblok voor groepen die aan beide kanten van de grens werken. Dezelfde liter diesel krijgt in een Belgische en een Nederlandse footprint niet automatisch dezelfde factor, en de elektriciteitsfactoren zijn expliciet landspecifiek. Wie een groepsfootprint bouwt uit vestigingen in beide landen, legt de factorset per land vast en moet dat kunnen aantonen.

Twee regels horen daarbij. De Ladder definieert groene stroom als zon, wind, water of biomassa geproduceerd in hetzelfde land als waar ze verbruikt wordt. En CO₂-compensatiemaatregelen vallen buiten het meetbereik, aldus Exergie.

Wat leert de Belgische pilotfase van 2019 tot 2023?

In 2019 spraken de Vlaamse, Waalse en Brusselse regeringen af om de Ladder in grote overheidsopdrachten uit te testen. SKAO's syntheserapport van 11 maart 2024 dekt de periode 09/2019 tot 09/2023. De opzet was 25 overheidsopdrachten, "10 en Flandre, 10 en Wallonie et 5 à Bruxelles". Er zijn uiteindelijk 24 pilotprojecten geregistreerd bij twaalf aanbestedende overheden, waarvan er in Brussel door vertragingen maar één van de grond kwam. OVAM lanceerde tijdens de pilotfase negen extra projecten, die niet in dat totaal meetellen.

Bevinding uit de Belgische pilotfaseCijfer
Gecertificeerde bedrijven die de Ladder als meerwaarde zien78%
Bedrijven die door de Ladder voor het eerst hun CO₂-footprint in kaart brachten53%
Bedrijven die door de Ladder voor het eerst doelstellingen vastlegden47%
Belgische gecertificeerde organisaties op het moment van de evaluatie62
Belgische certificaten in augustus 2026bijna 100, goed voor meer dan 300 ondernemingen

Die drie percentages komen uit een enquête in de zomer van 2023 onder 33 van die 62 gecertificeerde Belgische organisaties. Dat is een kleine basis, en dat hoort bij het cijfer vermeld te worden. De aanbestedende overheden in de pilot rapporteerden weinig extra tijdsbeslag, voldoende conforme offertes en geen prijsstijgingen.

Voor de schaal erachter: wereldwijd zijn ongeveer 8.000 organisaties gecertificeerd, 75 procent daarvan kmo's, en meer dan 300 aanbestedende overheden gebruiken de Ladder. SKAO rapporteert een gemiddelde reductie van 3,2 procent CO₂ per jaar bij gecertificeerde organisaties, tegenover een nationaal gemiddelde van 1,5 procent. Dat is het bruikbaarste antwoord op de directiekamervraag of dit buiten de aanbesteding iets oplevert.

De Belgische bouwfederatie Embuild vraagt in haar Europese memorandum "een Europees wetgevingskader uitwerken voor de integratie van milieuclausules om het plaatsen van duurzame overheidsopdrachten mogelijk te maken", plus fiscale en financiële prikkels. Zolang dat kader er niet is, wordt de Ladder in België per bestek toegepast.

Waar loopt het in de praktijk vast?

Meestal op de organisatiestructuur. Een aannemersgroep van enige omvang draait twee boekhoudingen tegelijk, de statutaire op juridische entiteiten en de operationele op business units, en de Ladder vraagt een grens die dwars door beide loopt. Een sustainability lead vatte het zo samen: "De reden dat dit zo ingewikkeld is, is dat je twee overlappende systemen draait." Zie organisatorische grenzen bij meerdere entiteiten.

Daar komt in België bij dat de scope van uw CPL-certificaat een andere entiteitenlijst is dan die van uw CSRD-rapportage, waardoor een groepsdocument soms herschreven moet worden per gecertificeerde entiteit.

Blijft over: het vocabulaire. Sommige auditoren zijn, in de woorden van een praktijkmens, "echt allergisch als u trede zegt in plaats van niveau", of net omgekeerd. In een land waar het Vlaamse bestek nog niveaus zegt en het Waalse bestek al échelons, is dat meer dan semantiek. Hoe de Ladder buiten de Benelux wordt opgepakt, staat in de Ladder gaat internationaal, en het algemene overzicht op onze pagina over de CO₂-Prestatieladder.

Hoe Palau hiermee omgaat

Palau is een Belgisch bedrijf en de CO₂-Prestatieladder is een van de ondersteunde raamwerken. De module Organisatiestructuur zet juridische entiteiten, business units en locaties naast elkaar en legt de verdeelsleutel vast, zodat de scope van uw certificaat losstaat van die van uw CSRD-rapportage. Vault bewaart het bewijsstuk vast aan het datapunt, met de vindplaats erbij, zodat een verdeling over drie business units navolgbaar blijft voor de auditor.

Vraag een pilot aan.

Bronnen